Code rood

De belangrijkste regel is nog altijd afstand houden; wat je doet, van mensen, beesten, werk, en jezelf. Meer dan die anderhalve meter, als het kan.

Alle menselijke activiteit is op kosmische schaal van geen betekenis, maar je bezigheden zijn voor de mensheid van generlei waarde, al zal je in het complexe systeem wel een radertje zijn die bepaalde processen in gang houdt of eventueel stagneert. 

De toekomst meer digitaal, misschien vooral vanuit de beperkingen opgelegd door je zelf en de buitenwereld? Het mooiste zou een ligplaats zijn. Het beste ook?

Toevallig imiteerde ik vanmiddag de manier van praten van Sean Connory om ’s avonds te lezen op BBC news dat de man vandaag op negentigjarige leeftijd is overleden. Het bepaalt de televisieavond, naast het oprukkende virus. Engeland gaat een maand in lockdown, het is er erger dan bij ons, maar België schijnt er nog slechter voor te staan.

Het leven een straf, humor het verweer? We zullen voortdurend gekwetst worden en kwetsen.

Goede vraag

Als je diensten voldoende worden afgenomen, het inkomen rond, is er ruimte voor grotere problemen. Je bedenkt een antwoord aan de samenzweringsdenker in de vorm van een beeldspraak: stel de dijk is doorgebroken, het stijgende water komt op je af, je moet iets doen, vluchten naar een hoger gelegen plaats. Ga je dan eerst roepen ‘de dijk is opzettelijk doorgestoken’ en vervolgens niets doen om aan het gevaar te ontsnappen? 
De (water)geus kan natuurlijk zover van de bres wonen of op wat hogere grond zitten, dat het lang duurt eer het hoge water bij hem of haar arriveert, waarmee ie het bericht van de ramp in twijfel gaat trekken en een misschien een ontkenner wordt. Beeldspraken gaan doorgaans snel mank en ook hier krijgt het karikaturale de overhand.
Het is een veel ingewikkelder fenomeen, gelaagd, onoverzichtelijk, ondoorgrondelijk en door versimpeling (die hoogtij viert in die beweging zelf) te gebruiken om het te ontleden op zoek naar verklaringen en oplossingen, gaat het niet werken.

In een artikel van Thalia Verkade van de Correspondent las ik over een boek van Donella Meadows Thinking in Systems en daarmee was dit idee bevestigd: We praten niet over wat we zien: we zien alleen datgene waarover we kunnen praten. Het gaat erom zichtbaar te krijgen op welke manieren jij of iemand anders de wereld versimpelt.

Bestijg je stokpaardje en zie hoe romanciers en overige fictieschrijvers over het algemeen de werkelijkheid terug brengen tot een min of meer te verhapstukken geheel, wellicht ten behoeve van hun lezers, kijkers en luisteraars, maar mogelijk ook voor zichzelf. Wat heeft het voor zin alles wat je waarneemt vast te leggen in woorden zonder daar een betekenis aan te geven? Je kan er geen lijn in brengen, geen kader aan geven, en evenmin invullen wat anders onzichtbaar blijft. 
Ook non-fictie wordt zo voor een groter publiek toegankelijk gemaakt. We kunnen niet allemaal specialist zijn, astronoom, geoloog, bioloog, viroloog, natuur- of wiskundige, en niet elke wetenschapper is een goede journalist. Een blogger is dat ook niet vanzelf. Je vult je berichten met praatjes en plaatjes. Als je het niet meer weet is er altijd nog de muziek; nou ja…

Dr. Rhythm & Mr. Korg, lang geleden

Meadows noemt system boundaries: alles wat buiten je model valt. 
Waar wetenschap ervan uitgaat dat alles wat we zien terug te voeren is op simpele regels, maar dat nog niet zeker weet, omarmt de systeemdenker de omgekeerde overtuiging: alles is oneindig complex, elementen binnen systemen hebben een ingewikkelde wisselwerking met elkaar en hebben vaak onvoorspelbare effecten. Iets niet snappen is onderkennen hoe ingewikkeld de wereld in elkaar zit.

Ze raad de onderzoeker een paar dingen aan:
• Volg een systeem eerst een tijdje, om een gevoel te krijgen van hoe het werkt.
• Ga niet alleen op cijfers af. 
(Het idee dat wat we kunnen meten belangrijker is dan wat we niet kunnen meten, zou beteken dat kwantiteit belangrijker is dan kwaliteit.)

Radio Atjehstraat

Even de ‘stand van zaken‘ aangaande de Atjehstraat.

De plafonds worden nu geschilderd, dus de verlichtingsrails bevestigen zou na donderdag kunnen.

Op bijgaande tekening heb ik de gewenste armaturen aangegeven (in rood); minder in aantal en die in de tussenruimte evt. met het snoer langs de koof, die er in het plafond zit naar binnen (stippellijn).
Daarbij het middenblok in de voorste (grote) ruimte verlichten met een hanglamp die op en van de rails is aangesloten.
De afzuigkap is 95 cm diep, dus de rail aldaar moet minstens/ruim 1 meter (?) uit de wand gemonteerd zijn.

In de gang zijn ook hoogteverschillen dus een rail kan daar niet al te lang zijn wil ie tegen het plafond gemonteerd worden. Het voorste deel is het hoogst.

De schakelaars en wandcontactdozen dus liever ‘crème-wit’ en de laatste, voor de grote ruimte boven de ‘aanrechten’, voorzien van afsluitklepjes zoals we ze ook in de keuken van Belvedere hebben.

Wat gebruik je het meeste?

Hoe identificeer je jezelf, behalve met je naam, leeftijd, geboorteplaats, geslacht, lengte, gewicht, kleur ogen, huid, beharing, postuur, de maat van handen, voeten, overige lichaamsdelen, je intelligentie, iq en eq, heb je een aard en wat is die dan?
Het dna zegt wellicht een hoop meer, maar de meeste mensen weinig of niets. Het vergt meer tijd dan een oogopslag om een ander te leren kennen. En zelfkennis is ook niet een aangeboren gegeven. Je weet niet wie je bent in om het even welke situatie en je zal ze niet allemaal mee kunnen maken in een leven.

Wat is er dan vast te stellen over een groep mensen? Is het afdoende om te kijken naar wat hun al dan niet geschreven regels zijn, of moet je vervolgens bestuderen hoe ze die naleven, of er sprake is van saamhorigheid, wat hetgeen is dat hen bindt, of het meer is dan de som der delen, in hoeverre dit bestendig is, of wisselt naar gelang de omstandigheden? Zegt een eventueel na te streven gezamenlijk doel genoeg, ook al kunnen er geheel verschillende meningen bestaan over hoe dat te bereiken? Mensen zijn opportunisten, de een meer dan de ander, in ieder geval als ze (iets) willen overleven.

Als ieder individu een ingewikkeld algoritme is, waarin overeenkomstige en verschillende regels op een unieke wijze verwerkt zijn – gesteld dat je een uitkomst zou kunnen vaststellen, niet slechts achteraf – en de diverse instructies van de leden van een verband zouden op elkaar ‘losgelaten’ worden, is er dan een resultaat te berekenen, of is het een (voorlopig) oneindig proces waar (mits ingesteld) de tussenstanden van kunnen worden weergegeven? Vooralsnog kan alleen door (vergaande) versimpeling iets dergelijks betracht worden en niet uitgesloten is dat dit invloed uit kan oefenen op het proces zelf.

Iedereen in een organisatie oefent invloed uit, veel of weinig, door doen of laten, en door strenge regelgeving en handhaving kan geprobeerd worden het gewenste gedrag te sturen, de leden kunnen zich door overtuiging achter het gemeenschappelijk streven scharen, er kan beroep gedaan worden op gezond verstand, op een gedeeld sentiment of geloof, of simpelweg op straf en beloning.
Het zal doorgaans een mengsel van dit alles zijn. Het gevolg is wellicht min of meer voorspelbaar, ook als dat chaos verondersteld, en deels zelfvervullende profetie. Hoe groter de groep hoe ongewisser de toekomst ervan en die in het algemeen?

De slotsom hier en nu is niet voorzien, maar was dat mogelijk al wel, gegeven de ingrediënten, het recept, de keuken en de kok. Het weer en het seizoen zullen een rol spelen, de lezer en de schrijver, de plaats en het tijdstip van verzenden en ontvangen, stemming en gemoed, de gebezigde taal en gebruikte woorden, het kader, het raam, het (uit)zicht, de wens, de droom, de verwachting, het vermogen, de kunst, de lust. Toeval en willekeur nemen hun ruimte, gemak en domheid zitten in de hoek, moed en schaamte liggen onderuit.
Welcome to the real world?

Naar de knoppen

Heel wat afgelopen, genoeg gekletst, koffie geleut. 
Peanuts!

Gemuts, getut, geneuzel, goed, te goed, ten goede.
Chocolaaaaaaa!

De zon scheen, achttien graden, rustig op de weg.
Telefoon! ?

deze is voor alle complotdenkers, van Johannes B

Leest

Minutieus een dag beschrijven en zo een boek vullen; het is meer een stellingname dan een vertelling. Ik bedacht het mij gisteren bij het handen wassen met de laatste stukken zeep op de wastafel. Ernaast staat al een opnieuw gevulde handpomp klaar. Tegen de tijd dat anderen langs komen moet het op en weg zijn. 
Laat ik de gedachten het meest naar voren komen, dan kan het alle kanten op, dan vult de verleiding om er meer verhaal van te maken vanzelf de alinea’s. En wat doe je met de teksten die je leest, de fantasieën van anderen waarnaar je kijkt, de werkelijkheid van buiten of daaraan voorbij? Denk je nog na over constructie en structuur? Je gang kan lang en smal zijn, zonder deuren terzijde, slechts één aan het eind ervan. Die van de keuken?

Het is een manier en middel om je gedachten te verzetten, als vanzelf weg van de zorgen en lasten, of juist een gesel die je beboet, het zinloze en mislukte inwrijvend, geen streel van een derde hand, of een goed woord uit een ander hart. Intussen zijn de houterige bewegingen van het gepijnigde lijf een onregelmatig en hortend ritme onder de afleiding die je toegelaten hebt je dag te beginnen. Het is plichtmatig en halfslachtig, vrijwel alles.
Waarop het geschoeid is, achterkleinzoon van een schoenlapper en een kastelein, kleinzoon van een kledingverkoper en een boekhouder; dichterbij hoeft het niet te komen. Techniek is middel, nooit doel, zegt Paul Koek met een jongensstem over de klanken op een speeldoos vanuit mijn muziekbibliotheek, die ik steevast mijn ochtenden laat inkleuren. Het is altijd dansbaar, de tijd zit in je gestel, waar ook de belemmeringen en beperkingen huizen: geen huuropbrengst waarmee het pand te onderhouden valt. Dus verleen je diensten aan tweeden vanuit je eigen eenheid. 

Waar verdwaal ik nadat ik vastgesteld had dat we op een kruispunt staan, of zevensprong, of raakvlak van verschillende dimensies? Staan we dat niet voortdurend, maar zien we het niet, of negeren we het? De waan van deze dag is het werk dat je opslokt en meer de geschiedenis in sleurt dan het acht doet slaan op het grote gebeuren van heden en toekomst. Ongetwijfeld bepaalt het in enige mate de koers die je varen zal, maar wallen keren het schip, of de stroom voert je mee, zeker wanneer de brandstof op is en je geen zeilen hebt. Iedereen heeft hetzelfde excuus, overleven in je cultuur met eigen en de gehele natuur, vechtend tegen demonen, of als je minder gelukkig bent, honger, dorst, koude, parasieten, virussen, rovers, moordenaars, andere wilden, kortom de dood.

De pauzes tussen de arbeid gezeten aan het scherm, die de ledematen stram doet worden, de ogen vermoeit, en energie verbruikt, zijn te kort om bij te komen, op te laden, af te leiden en te herstellen wat kapot gaat, onzichtbaar, sluipend en onvermijdelijk. 
Wanneer ik mij opgemaakt heb om onze bestelde maaltijden af te gaan halen, word ik gebeld met mededeling dat mijn tas door iemand anders is meegenomen en of ik per se vandaag lasagne wil eten. Nee, morgen kan ook, beter blijkt zelfs, als we toch niet samen kunnen eten en we huiswerk blijven maken.
We glijden de nieuwe ‘dictatuur’ in met een beperkte lock-down en her en der verplichte mondkapjes; ik heb er de laatste week een op zak als ik boodschappen ga doen. Je kan slechts dromen van wat was, verscholen in je grot. Je ziet slechts de schaduwen op de wand.

Verontwaarde

Doorgaans heb ik weinig weet van wat zich in (Rotterdamse) politieke en bestuurlijke kringen afspeelt, maar wanneer het op de stoep voor je werkplaats belandt, kun je er niet omheen, zoals dat heet, al zou je dat liever met een grote boog doen, zoals om een grote stinkende hondendrol.
Verbaasd hoor je aan hoe de verantwoordelijke wethouder na vooral luid protest en mogelijk wat lobbyen van deze en gene op de beslissing, naar advies van de Raad voor Kunst en Cultuur, terug te komen om het Museum Rotterdam te korten op z’n subsidie.
Soi, ze zijn er in ieder geval mee gewaarschuwd en kunnen nu wat gaan doen aan hun beleid, een andere lokatie zoeken en echt proberen door te dringen in de haarvaten van de stad (zoals iemand van Denk dat gezegd schijnt te hebben).
Helaas voor Verhalenhuis Belvédère wordt het geld voor deze ommezwaai onder andere uit de hun toegewezen subsidie gehaald: een halve ton per jaar. Een flinke streep door hun rekening en ervaren als een klap in het gezicht: niet thuis in ‘juiste’ kringen en vooral en serieus druk met the core business, ondanks de problemen die dat geeft gedurende de pandemie, als je vooral van de ontmoeting bent tussen mensen?
Moeten ze nu wel aan de bak op het hellende vlak waar dit soort besluiten worden genomen? Je gaat geen protestmars organiseren richting het stadhuis met de achterban, beetje te laat ook wellicht, dus kunnen ze proberen de ‘oude’ krachten en alle mogelijke contacten aan te grijpen om te zien of tij te keren valt. Of nemen ze uiteindelijk onder protest genoegen met dit besluit en het (ruime) overgebleven bedrag, zodat ze ook de komende jaren matig betaald zich tomeloos blijven inzetten?

In afwachting

Het duurt een paar weken voordat het begint uit te harden; de huid van de eerste aanzet rimpelt als je eraan zit, nog te kort erop. Op zolder lagen in een hoek van het dak en bij de doorgang naar het gastenverblijf wat muizenkeutels. Verder zitten ze alleen beneden, in de keuken vooral.

Wie staan er nog op de dodenlijst? Eddie Van Halen was onvoorzien, omdat ie z’n keelkanker had stilgehouden. Kon ie ’t nog wel zeggen, met z’n halve tong? Vrijdag weten we of de afzondering terecht zal zijn geweest en voortgezet moet worden. Zo dichtbij is het nog niet geweest? We lopen er niet op vooruit, maar hopelijk toch ook niet erachter aan.

De plastic pop met de fez (met een piep, als je erin kneep), die mijn oudtante Soekarno noemde, maar het was een donkere man, een onderdaan van een sultan wellicht. Het was een fout beeld misschien, maar het had iets van een andere werkelijkheid, geen Zwarte Piet, een bolle Afrikaan, al was het gezicht mogelijk een karikatuur, maar de kleding leek ergens op afgestemd, de wijde broek, het vest en het hoofddeksel. Zoeken op het net levert niets op.