… heet toeval?

Het grappige, of rare, is vooral dat toeval bijna geen neutraal begrip meer kan zijn. Dat zaken samenlopen of -vallen en de kans daarop, daar is genoeg over te zeggen, zelfs te berekenen en aldus te bepalen of het een bijzonderheid betreft. Maar ik hoor bij veel mensen een soort magische of bovennatuurlijke bijklank rond het woord. ‘Dat kan geen toeval zijn’, alsof er een bovennatuurlijke macht in het spel is, of dat het toeval zelf dat aspect van paranormaliteit heeft.

Je kan je verbazen over de postbezorging en constateren dat dergelijke communicatie nooit een stiefkindje is geweest, maar dat het zich heeft verspreid over veel bredere lagen van de bevolking en dat de middelen ertoe iets toegankelijker lijken. Tegen welke prijs echter? We mailen alsof het gratis is, maar betalen bijna gedachteloos elke maand een vast bedrag om in verbinding te kunnen staan met de rest van de wereld. En briefgeheim is niet meer gewaarborgd.
Ik haal mijn geld er wel uit; schrijf meer dan ooit en bekommer me nauwelijks om wie het allemaal onder ogen zou kunnen krijgen, tot op zeker hoogte dan. De Freuds en Jungs van nu kunnen zich uitleven op al die vrijgegeven gedachten en zieleroerselen. Als je ooit naar zo’n knijper wordt doorverwezen heeft ie als ’t goed is je Facebook al gelicht en een prettig dossier samengesteld.

Traangas

Is er blijvend letsel? Er valt niets te lachen.
Ik dacht het te kunnen bagatelliseren;
het was niet als het snijden van uien, maar
ik heb er toch ook niets aan overgehouden?
Ze verborg haar gezicht aan mijn borst.
Niet zonder zonden, niet de eerste steen gegooid.
Duizend bommen en granaten in tweestromenland.
Nee, dáár vervalt beschaving tot beestachtigheid.
Vrijelijk leuteren in zachte gespreide bedden.
 
it’s no fun for anyone but me
 
Een straat naar de bossen, dat is een droom,
maar dan moet je thuis wel goed zijn.
 
Wind de kweller van de fietser
en de regen zijn valse eega.

Kopra

Het valt me op: kokos duikt de laatste tijd nadrukkelijk op in drank en suikergoed. Kokos is hip, smakelijk, maar niet per se gezond. Verzadigd vet, weinig vitamines in tegenstelling tot andere vetten en oliën en afkomstig van teelt die mogelijk met name mangrovebossen doet verdwijnen. Het verbruik in het westen is relatief laag, misschien daarom die (poging tot) ophef.

Als ik nog de jonge huishoudkundestudent was geweest, had ik mij in deze tijd bij de Keuringsdienst van Waarde gemeld, maar toen een losbol, nu vastgeroest. En waarom vanavond niet in de tuin gezeten, luisterend naar de vogels? Omdat ze me niks te vertellen hebben, of ik er het oor niet voor, de rust er niet naar, de tijd er niet toe. Kan altijd nog, als je oud bent.
Vannacht om middernacht ga ik naar de hemel staren, kan ik nog zes minuten het ISS volgen (op 81˚ wzw -> o), en major Tom bezingen – het lijkt me wel wat, gewichtloos in een cel rond de aarde draaien en af en toe even afdalen om te kijken of daar alles z’n gangetje gaat. Dit is míjn ruimtestation!
Overdag moest er schaduwrijk gerommeld worden langs de snelwegen in Limburg en serveerde de zon mij extra vitamine D bij een calciumrijke lunch. Is die ster toch ergens goed voor. Autorijden met de ramen open, de airco uitgelaten. Het is even wennen zonder sokken in je schoenen. Kom je nog ’s ergens?