Korte ei


Ik kijk tv, maar onthul niet wat, al zal de kabelmaatschappij het wel een beetje weten. En zo valt mij het hoge sukkelgehalte op in reclames. Wat is de psychologie daarachter? Ik snap dat oudere mensen graag mooie jonge mensen de producten die (ook) voor hen bestemd zijn aan zien prijzen, want dat is waaraan ze zich willen spiegelen, zo willen zij zichzelf (blijven) zien.
Maar wie wil vertegenwoordigd worden door de sullige goedzakken, zich vereenzelvigen met die slappe oetlullen, bevestigd, op z’n plaats gezet, gekarakteriseerd en gekarikaturiseerd door de eikels die als antihelden de meest alledaagse wereldse goederen aanprijzen?
Want ‘t gaat niet over snelle auto’s, scheerbenodigdheden of herenmode; daar hebben ze stoere en knappe modellen voor, onwaarschijnlijke actors in de voorgestelde omstandigheden en verrichte vaardigheden. Het zijn juist sleurtrekkers die voorstellen dat het kleurloos kan en smakeloos mag.
Zulke nuchterheid is misschien iets voor vrouwen, of het feminine in mensen, maar mooi dromen hoort ons toe, ons land, ons volk: en dat is dan driehonderd gram dogshit!

Zinnestreel

als kijken afzien is
horen afgeluisterd
ruiken beproefd
voelen slechts pijn

niet onder woorden
wel minder worden
dromen geen bedrog
maar akelig echt

dan…

Hoegenaamd

Ik wil welgedane mannen om me heen, en zonder rimpels, die goed slapen ‘s nachts. Die Cassius ziet er schraal en hongerig uit; hij denkt te veel; die mannen zijn gevaarlijk. (Julius Ceasar in Shakespeare’s “Julius Caesar”)
Wij zijn als datgene waarvan dromen zijn gemaakt, en ons beetje leven is omgeven door slaap. (Shakespeare, “The Tempest”)
Te zijn of niet te zijn, daar gaat het om. Is het eervoller om in je hoofd die voortdurende aanvallen van het nietsontziende lot te verdragen of de wapens op te nemen tegen de zee van moeilijkheden en er al vechtend een einde aan te maken? Doodgaan, slapen. Meer niet; te weten, dat die slaap de duizend aangeboren angsten die in je lichaam huizen, verjaagt. (Hamlet in Shakespeare’s “Hamlet”)

Tja, ik zou kunnen volharden met ‘peer kaas’, maar dat vinden sommige mensen stom en eigenlijk is dit gewoon goed, naar m’n opa en een bokser uit de jaren vijftig:

De naam van zo’n tegenstander verzin je toch (niet)?
Maar ‘t was een Amsterdammer, met dubbel-s.

BAN

Onderweg hierheen zag ik een Roemeense nummerplaat met die letters. Het regende en de oude kast vol houtworm stond nog buiten. Thuis lag er broccoli in de groentela; ik eet noten en pitten, bevangen door verfdampen en het ontheemd zijn. Het is al snel te veel.
Kan je last hebben van ongebreidelde fantasie? Een helikopter vliegt veelvuldig rond. Plotseling begint de muziek te spelen, terwijl ik in gedachten was over het stof op de warme radiatoren. Je kan hiernaast op de bank slapen. Met het raam open lijkt geen optie.
Ze denken dat ik in Reusel zit; eerder vandaag was ik in Amsterdam. Met m’n rug naar de deur hoor ik geluiden van beneden als van mogelijke indringers; het is mijn privacy die ze zouden schenden. Ik moet de deur nog op het nachtslot doen. Het is dat ik al hoofdpijn had.
Als ik terugkom is het vast gezellig, neem ik een douche en ga ik slapen. Lege fles en zak weggebracht. Je kan niet zonder jas en sleutels. Zonder zeep is het zaak goed te wrijven. Ik heb de kast uiteindelijk in het trapportaal gezet. Zonder al te veel schade.

Het laatste van de zomer


Foto: Joop Reijngoud

Een geest uit het verleden, de wijn van vorig jaar, de muziek van anderen, de pijn van dagen, de bruikleen van een betrekking. Je stapt binnen met de verkeerde houding, misplaatst autoriteitsgevoel, en het houtvuur krijgt je niet meer warm. Het leven van een luis is ook niet alles. Een regenboog is een verschijnsel zonder betekenis. Met stukjes en beetjes een verhaal zien te maken. Elf appels en je broek zakt af.
Ik bedenk een nieuwe constructie om het verval tegen te gaan. En in de spijlen langs de trap laat ik ook mijn sporen na, terwijl de voortgang van de tijd mij langzaam uitwist, overschreven door gebeurtenissen waar ik geen verweer tegen heb. Zij zijn mijn hoofdoorzaken. Zonder eigenwaan maak je niets.