Trekzalf

In een stomme dronken stemming naar huis getrapt, de dienst erop, waaraan vooraf een goede middag ging. Herman kwam, had ik Linda en Joop verteld en we gaan volgende week verder, maar wanneer moet ik dan die rachels halen, als ik vrijdag naar Utrecht moet, wat me volkomen zinloos lijkt, omdat Anton gelooft in de persoonlijke ontmoeting?
Dansen zou ik op het nieuwe oude tapijt, zonder passen, zonder tellen, als je geen ukelele speelt in het volle maanlicht, of krontjong trekt van de gewezen hawaiianfanaten in het negropalace, waar de ambtenaren groeperen voor de eerste van de volgende maand, ik de bochten niet meet en Margriet Marieke noem, maar niet in haar bijzijn, hoewel ik Mauk niet bleek te zijn.
Te woord gestaan, een hand geboden, lampen vervangen, sluiting gefixeerd, spullen versjouwd, apparaten aangesloten, technieken toegepast, verhalen aangehoord, en de natte droom van Parijs in herinnering gebracht, omdat je aangeschoten katholieke jeugdzonden op moest biechten voor het altaarstuk van Herman van Eijkenhout, waarvan de splinters duimlang in kuiten staan.
Ik schrijf dit voor mijn ander van de toekomst en anderen krijgen het niet te zien zoals het altijd al was en wezen moest. Er is genoeg te vlaggen in de buitenruimte met geschoren benen en geknipte vacht, de bossen waarvan je bomen zaagt, voor als het haardvuur brandt.

Paradijsvogel


foto: JR

Met een staart die het vliegen hindert;
de vlieg staart naar de hinde, al de flauwigheid.
Weeg af, kaats ballen, en vang weg.
You can’t catch me… gone like a cool breeze.

We hebben de herfst in onze voeten.
Bang voor het verval, vereenzelvigd met je kunnen,
gemaakt door de taal die je lichaam spreekt?
Het onbeholpen geklooi met de herseninhoud,
het slapen in je dromen, vrolijkheid als brandstof,
maar je gebruikt ‘m op in de kou. Je ontbeert.

Shapo

Met een meesterlijk onderkoelde zwartgallige intonatie zette de oude man de toon voor zijn verjaarseest; de grafstemming die mij de rest van de dag besloop, een terugverlangen naar een verleden dat slechts in de herinnering bestaat, het kan niet in een heden beleefd worden.

Ik kan rare woordspelingen ophangen, als ware huisdichter, als het ware, als ware het. Ik ben niet gek, ze vinden je goed, maar het is dom daar in te tuinen.  Ik wil alles op een rijtje, de puzzel opgelost, wat niet meer is dan orde in de chaos. Je ontbeert.
De herfst in onze voeten. Ben je bang voor het verval, vereenzelvigd met je kunnen, gemaakt door de taal die je lichaam spreekt? Het onbeholpen geklooi met de herseninhoud, het slapen in je dromen, vrolijkheid als brandstof, maar je gebruikt ‘m op in de kou.

Uitspelen

Is het zo dat de kunst geen vernieuwing heeft opgeleverd op het vlak van de nieuwe media, dat de avant garde zich op andere vlakken beweegt? De behoudende achterhoede wil investeren in schilderijen, beelden, constructies, dingen om vast te houden, om mee te pronken, voor smaak en welstand.
Maar ik weeg af, kaats ballen, en vang weg. You can’t catch me… gone like a cool breeze.
Het toont prachtig, de detaillering in textuur, natuur en kleur. Symboliek die ik denk te kunnen lezen. Fuck wat heb ik ’t druk. En moe ben ik ook. Ik ga het verhalen…

hijstuig

we werden nat en vuil, maar minder moe dan als we het de trappen op waren gelopen. uiteindelijk was ik het zat en blij dat het binnen was. we kregen te drinken en eten, te verhalen.

ik moet helemaal niets

Op het moment dat ik wilde gaan hoorde ik een vreemde bonk, maar zag niets in huis dat mij kon verontrusten. In de tuin zag ik ‘m op z’n rug liggen: de spreeuw die tegen het raam was gevlogen, de borstkas snel op en neer gaand, de ogen af en toe knipperend, maar verder roerloos. Ik liet hem, een slachtoffer bij voorkeur niet verplaatsen; het ‘humane’ ding te doen zou zijn het dier de nek om te draaien en hem aldus verder leed te besparen? Maar was dat wat het wezen zelf zou willen? Die hangt instinctief aan het leven.
Ik moest ook nog het motorblok schoonmaken, had ik beloofd, gemorste olie naast de vuldop, die er niet goed op bleek te zitten. Toen ik ermee klaar was  en terug de tuin in liep, zag ik de spreeuw weer op zijn pootjes terecht, vluchtend en fladderend in een hoekje bij de bloembakken. Die was er fraai weer bovenop gekomen. Hij wilde liever niet op de foto.
Onderweg overdacht ik het buitenmaatse; wat ik aan gekte te horen had gekregen, dat ie een toneelspeler is en de halve wereld heeft. De andere helft is de onbeheerste duistere kant, daar kan je beter niet van weten. Ik weet ‘t wel en sta niet aan zijn zijde, kom ‘m niet te na. Weldra was ik hem vergeten.

Over zelfmoord

De meest trieste weg door een van de armzaligste wijken van de stad naar de intens sombere tandartsenpraktijk, waar je sowieso al niet voor je plezier kan komen, stemt onmiddellijk af op duistere golflengtes.

Zonder al die zwartgalligheid denk ik terug aan jonge jaren waarin de overweging van een zelfgekozen dood doorgaans eindigde met de gevolgtrekking dat je er moed voor nodig hebt, als je het niet doet in pure wanhoop en verstandsverbijstering.
Waarom wachten op iets dat ooit komen gaat en de futiliteit van het leven je ontmoedigd iets te weeg te brengen, of je je realiseert dat het meest vriendelijke voor deze wereld een niet bestaan is? Het bespaart erg veel energie die voor onbewuste processen nodig is.
Feit is ook dat je er nooit spijt van kunt hebben, wat wel geldt voor dit en al het andere dat je nagelaten hebt, een voortdurend groeiende hoeveelheid vergissingen, misverstanden en foute beslissingen.
Als iedereen het doet, zijn we er mooi klaar mee.

Op je gemac

Ik tuur me luurs op de Nederlandse spoorwegen, met iconische ogen en vormgegeven kopfschmerzen. Ik kan ’t feitelijk wel, maar figuurlijk is het vet bakken. Nog wat in deze zure melk te brokkelen? Er is hooguit Turkse yoghurt of Griekse kaas van te maken, of doe ik die ouwe demokrieten dan tekort?
Intussen mailt ‘t voor geen meter, komt er niets binnen en krijg ik ‘t de deur niet door. De dingen schoppen me de scheen. Schoon genoeg van gestress en deadlines voor nu. Morgen is ook een dag.

Kijk en zie

Het was misschien al langer bezig of niet eens het eerste, het lied waarmee ik de dag in mijn hoofd begon: Lo and Behold van Bob Dylan. Niet omdat ik ‘m gisteren nog beluisterd had (laatst afgespeeld op 16 mei 2014), dus is er iets in de tekst dat mij er op deed komen?
Ik weet van uit mijn jonge jaren nog het moment dat ik mij voor het eerst bewust was hoe het werkte: gedachten bij omstandigheden waarin ik op dat moment in verkeerde, riepen een songtekst en bijbehorende melodie op. Teksten zonder muziek waren aan mij niet besteed. In die tijd waren het er overigens heel wat minder dan heden, een vrij beperkte keuze dus.
Dylan legt de klemtoon op behold andersom en heeft ‘t uiteindelijk over looking for my lo and behold; the man’s a mystery! Get me outa here, my dear man! Misschien dacht ik aan ‘low’, wat in dit verband nergens op slaat, behalve dan op iets dat in mijn gevoel wel opspeelde.

Ene Greil Marcus schijnt een boek te hebben geschreven over (in feite) de geschiedenis van de Amerikaanse folkmusic, waartoe hij vier songs van Dylan’s Basement Tapes, destijds alleen illegaal te bekomen, analyseert, waaronder de betreffende tekst.
De Tapes zijn als het ware die Amerikaanse muziekhistorie in een flinke notendop. Het zal er weinig toe doen voor mijn vraag, al ben ik wel geïnteresseerd in wat ie er over te vertellen heeft; dergelijke interpretaties worden door anderen ook afgedaan als (ver) gezocht.