Verontwaarde

Doorgaans heb ik weinig weet van wat zich in (Rotterdamse) politieke en bestuurlijke kringen afspeelt, maar wanneer het op de stoep voor je werkplaats belandt, kun je er niet omheen, zoals dat heet, al zou je dat liever met een grote boog doen, zoals om een grote stinkende hondendrol.
Verbaasd hoor je aan hoe de verantwoordelijke wethouder na vooral luid protest en mogelijk wat lobbyen van deze en gene op de beslissing, naar advies van de Raad voor Kunst en Cultuur, terug te komen om het Museum Rotterdam te korten op z’n subsidie.
Soi, ze zijn er in ieder geval mee gewaarschuwd en kunnen nu wat gaan doen aan hun beleid, een andere lokatie zoeken en echt proberen door te dringen in de haarvaten van de stad (zoals iemand van Denk dat gezegd schijnt te hebben).
Helaas voor Verhalenhuis Belvédère wordt het geld voor deze ommezwaai onder andere uit de hun toegewezen subsidie gehaald: een halve ton per jaar. Flinke streep door de rekening en klap in het gezicht: we zijn niet thuis in ‘juiste’ kringen en vooral en serieus druk met the core business, ondanks de problemen die dat geeft gedurende de pandemie, als je vooral van de ontmoeting bent tussen mensen.
Moeten we nu wel aan de bak op het hellende vlak waar dit soort besluiten worden genomen? Je kan geen protestmars organiseren richting het stadhuis met onze achterban, beetje te laat ook wellicht, dus kunnen we proberen onze ‘oude’ krachten en alle mogelijke contacten aan te grijpen om te zien of tij te keren valt. Of nemen we uiteindelijk onder protest genoegen met dit besluit en het overgebleven bedrag, zodat we ook de komende jaren als matig betaalden ons tomeloos blijven inzetten?

Alles onder controle?

Wat is onze plaats in de wereld, als individu, als deel van een groep, een cultuur, als inwoner van een stad, een land, als lid van een geslacht, een soort? Wat speelt zich daarbuiten af? Al hetgeen dat tot ons komt via de (sociale) media door middel van al dan niet betrouwbare verslaggeving, op waarde te schatten door gebruik van gezond verstand en een kritische beschouwing van al dat beweerd wordt en de gebezigde (genoemde) bronnen.

Het kan zeer verontrustend zijn, vanuit eigen perspectief, of dat van degene(n) die het overkomt, als het ver van je vandaan lijkt te zijn. De migratie van mensen op de vlucht voor honger en geweld, op zoek naar een beter leven, de teloorgang van de democratie in de Verenigde Staten (en in zekere mate in andere westerse landen), de opkomst van dictaturen sowieso, de sombere vooruitzichten voor het (leef)klimaat van mensen, de aanhoudende dreiging van ziekte en verval (van rechten, vrijheden, saamhorigheid, etc.) , de onmacht van personen, partijen, en systemen, als een niet al te willekeurige opsomming.

Wij zijn de rijken, als natie, als ‘overheersende’ cultuur, misschien ook als stedeling, als drager van beperkte lasten, als bezitters van vrije tijd en ruimte, voorzien van informatie, medische en financiële zorg, meer dan genoeg goed (geestelijk) voedsel, een huis (wellicht), een tuin (misschien), en een ruime mate van zelfbeschikking (binnen de beperkingen van het het brein ;-). We hebben genoeg te delen, zelfs binnen de landsgrenzen, waar armoede, woningnood, onderdrukking en andere tekorten nijpend kunnen zijn. Iedereen een druppel en het koelt de gloeiende plaat.

Is het leven te kort? Als je er geen genoeg van kan krijgen, gesteld dat je er van hebt, of denkt nog te kunnen, maar uitzichtloosheid kan maar beter kort duren, ellende is beperkt te verdragen. Wanneer vinden wij het genoeg? Uiteindelijk is het genoeg met ons.
We hebben het niet in de hand, in tegenstelling tot wat sommigen ons willen doen geloven. Onwerkelijke machthebbers, die de macht niet hebben, of niet alleen, of anders dan gedacht, die net zo sterfelijk zijn, maar veel doortrapter, gewetenlozer, of kortzichtiger dan wij (vermoeden). Het is minder eenvoudig dan het lijkt en toch ook niet te moeilijk om vast te stellen dat het zo is. Wat is hierop jouw antwoord?, is de vraag die ik mij stel.

vrolijke (oude) noten van Johannes B…

Steun

Terug in bescheiden drukte, moeite doen om de regels te handhaven, de wind en schaarse zonnestralen voelen, spullen en relaties herstellen en niet verwachten dat ze verder op je rekenen dan waarvoor je aangenomen en opgeroepen bent. Het is en blijft een zakelijke overeenkomst.
De muizen vieren vooralsnog feest en dansen om de muizenval. We zullen het gif hen opdringen. Het is vlees eten of de wijk nemen. Hoe voed je op, met zinvol geweld, of het goede voorbeeld, of zal de wal het schip en onze natuur het tij keren? Ik zoek mijn weg in de gebruiksaanwijzingen.

Links of rechts

Welke kant gaat het op?

De onverwoorde gevoelens van de ene naar de andere mens overbrengen is weinig minder dan mentale marteling; als ook rauwe emoties met overeenkomstig taalgebruik dat zijn.

Alles lijkt gerechtvaardigd als het geld of roem genereert.

meziek

Te simpel

Bij het zich voorstellen van vier dimensies wordt doorgaans de vergelijking gebruikt hoe het zou zijn voor een wezen in een tweedimensionale wereld een driedimensionaal object waar te nemen. Maar het is allemaal erg abstract; twee dimensies zijn eigenlijk net zo lastig denkbaar, want iets dat onmetelijk laag is ten opzichte van breedte en diepte is onzichtbaar en kan eigenlijk niet bestaan. Het denken in dimensies is niet erg realistisch, alhoewel praktisch voor wis- en natuurkunde en al hun toepassingen.

We hebben onze wereld geordend naar de beperkingen van onze zintuigen, onderscheiden beeld, geluid, geur en tast- of voelbare verschijnselen, maar kunnen ons bedenken dat het slechts de waarneming is van wat ons omringt, en deels ook ‘extrapoleren’, het onzichtbare, onhoorbare, onruikbare en ontastbare vaststellen met instrumenten en technieken. Echt ongrijpbaar is het bewustzijn waarmee we dit bewerkstelligen; daar kunnen we niet voorbij, ook al zijn er geesten, geestelijken, geestigen die anders beweren.

Er wordt ons de voorstelling gegeven van een atoom, met relatief enorme afstanden tussen de kern en elektronen, het golf/deeltje-dualisme van licht in de kwantummechanica, waarin een van de waarnemer afhankelijke werkelijkheid, en ook de onmetelijkheid van het universum kan ons in pixels inzichtelijk worden gemaakt. Dat lijkt makkelijke praktijk vergeleken bij het proberen te doorgronden van de werking van zelflerende systemen, maar dat hoeven we niet te doen. Uiteindelijk blijkt wel of het werkt, voor of tegen ons.

Plintpraatje

Geen idee wat dit metalen spiraaltje in de achterkant van de plint, die aan de lambrisering in de voorkamer van het Elenbaashuis zit, te betekenen heeft. Het is alsof er twee hebben gezeten, of deze eerst op die andere plaats, of dat het iets zou moeten doen om het hout ter plaatse bij elkaar te houden. Doet het er iets toe in het licht van vandaag, met de onheilspellende vooruitzichten?

Deskundigen vrezen een tweede en heftiger golf van besmettingen en intussen lopen de slechte cijfers langzaam weer op, omdat veel mensen de beperkingen niet meer aankunnen of te weinig ernstig nemen. Het lijkt onvermijdelijk.
Eigen schuld, zegt Midas, we zijn met te veel; geboortebeperking zou de maatregel zijn, die al veel eerder serieus toegepast had moeten worden. Of gaan we eigenlijk aan onze domheid ten onder?
Niet de extreme stupiditeit die exemplaren als Trump, of de mogelijk al dode Kim Jong-un en de talloze complotdenkers tentoonstellen, maar de alledaagse huis-tuin-en-keuken-stompzinnigheid waar we vrijwel zonder uitzondering allemaal mee behept zijn.
En niet voortdurend, maar vaak genoeg om op al dan niet cruciale momenten de verkeerde dingen te doen of laten, wellicht zonder dat we het ons bewust zijn. De wijsheid komt soms, achteraf.

Museum van het medeleven

Het staat in de sterren geschreven dat ze ons gunstig gezind zijn, zouden astrologen en waarzeggers kunnen beweren, dat we een hete, zonnige zomer krijgen, maar dat niemand op of met vakantie kan en wij open blijven voor bezoek, suggesties en de centen. Is het te mooi om waar te zijn, een geluk bij een ongeluk, of gewoon hoop- en verwachtingsvol, altijd goed gelovig?

Redt de kwetsbare mens de beschaving door het veld te ruimen voor (nog te ontwikkelen) kunstmatig leven, dat bestand is tegen de onverbiddelijke natuur op aarde? Is er cultuur zonder mensheid, of zijn het verschillende begrippen van hetzelfde verschijnsel? Er zal meer dan eens ruim over nagedacht zijn. Wij blijven, al dan niet onschuldige, amateurs in werk en denken.

Usw

Langzaamaan in onzekerheid roept het een het andere op. Zonovergoten zinloosheid moet het niet worden in de herinnering. Het noodzakelijke in huis hebben, waaraan gekluisterd, met de administratieve rompslomp.
Kijken we naar de toekomst, onbewolkt, twaalf graden van bekwaamheid, de zorg om het verlies van samenhang, de slijtende jaren, het aanstekelijk optimisme van de onwetendheid, en we gaan ervoor, regel voor regel.

Droomlandverhuizers

We hebben de ruimte, de tijd, het erfgoed, maar geen geld, geen bezoek, geen koorts. De zomer wordt prachtig, arm en warm; we hopen het te halen, met z’n allen.
De tentoonstelling is te bezichtigen, op afspraak of in het voorbij gaan. Wij zorgen voor de spullen: rangschikken en ordenen. Hier is een toilet, voor de medewerkers.
Kantoor hoeven we er niet te houden, feesten is ons verboden, de luchtkwaliteit is van belang, en er kan gebouwd worden aan kastelen en wereldverbetering.

IJlenbaas

foto: Joop Reijngoud

Ook in afzondering en rust kunnen we door, gewoon open, iedereen welkom, even een praatje, het hele plaatje, voor- en tegenspoed, een op te starten licht- en beeldkrant, dicht te zetten kieren, aan te sluiten leidingen, op te hangen lampen, aan te brengen houtwerk, in te vullen gaten, her te stellen meubels, op te ruimen kamers.

Zoeken we abonnees, of betere ideeën?